Martijn Benjamin
← Terug naar artikelen
Inkttekening van een hand die met een pen boven een leeg vel papier zweeft, omringd door losse, onleesbare inktkrassen
26 maart 20264 min

Na twintig jaar WordPress begin ik te twijfelen

Over waarom ik na vierhonderd WordPress-sites niet meer automatisch WordPress open voor elk project.

Vorige week keek ik naar het PageSpeed rapport van een site die ik een paar maanden geleden heb opgeleverd. Honderd op mobiel, honderd op desktop. Geen caching-plugins, geen geoptimaliseerde afbeeldingen, geen trucs. Gewoon een schone site. Niet gebouwd in WordPress.

Ik bouw al meer dan twintig jaar websites in WordPress. Vierhonderd klanten draaien erop. Het platform is me goed geweest. Maar het begint te knellen, en ik kan niet meer doen alsof dat niet zo is.

Wat ik zie

Ik heb nu een paar sites draaien op Next.js. Technisch is het verschil lastig te ontkennen. Structured data regel je precies zoals je wilt, zonder een plugin die bij de volgende update besluit het anders te doen. De snelheid is geen doel waar je naartoe moet werken. Het is gewoon de standaard.

In Search Console zie ik dat de vindbaarheid van die sites goed te beïnvloeden is. Niet omdat het platform magisch is, maar omdat je volledige controle hebt over de output. Elke meta tag, elke canonical, elke schema markup zit waar je het wilt hebben. Geen plugin-conflicten, geen onverwachte rewrites.

Bij WordPress moet ik steeds meer plugins installeren om hetzelfde te bereiken. Elke plugin is een risico. Een update die iets breekt. Een conflict. Een performance hit die je weer moet compenseren.

Hetzelfde geldt voor koppelingen. In WordPress zoek je een plugin als je data uit een externe API wilt ophalen. Doet die plugin niet precies wat je nodig hebt, dan zit je vast. In Next.js bouw je die koppeling zelf. Klinkt als meer werk, maar het is schoner en sneller. Geen tussenlaag die je niet begrijpt.

Mijn eigen site, 072design.nl, draait inmiddels ook op Next.js. Bewust. Ik wilde zelf ervaren wat ik klanten aanraad. De laadtijd spreekt voor zich.

"Maar de klant wil zelf aanpassen"

Dat hoor ik al twintig jaar. En twintig jaar lang zie ik hetzelfde: de klant past de site niet aan. De meeste websites die ik beheer zijn in de praktijk statische sites die twee keer per jaar een tekstwijziging krijgen. Die wijziging doe ik of mijn collega.

Of ik nu inlog in WordPress of een bestand aanpas in een editor: het kost evenveel tijd. Het verschil is dat de WordPress site ondertussen een database draait, een dozijn plugins moet updaten, en een caching-laag nodig heeft om fatsoenlijk te laden.

Maar even eerlijk

WordPress heeft een ecosysteem dat niet te evenaren is. WooCommerce, formulieren, ledenadministraties. Een ondernemer die een webshop wil met honderd producten en een koppeling met zijn boekhouding: WordPress is dan nog steeds de meest pragmatische keuze. Die infrastructuur bestaat al.

En er zit nog iets: een Next.js site maakt de klant afhankelijker van mij. WordPress kent iedereen. Als ik morgen wegval, kan een andere ontwikkelaar de site overnemen. Bij een custom oplossing is dat lastiger. Dat moet je eerlijk benoemen.

Waar het op neerkomt

Voor een site van een schilder of loodgieter die gevonden wil worden en een goede indruk wil maken: waarom zou je daar een heel CMS met database achter zetten? Die site verandert twee keer per jaar. Dat kan sneller, veiliger en goedkoper.

Voor een webshop met honderd producten en koppelingen met drie systemen: WordPress. Gewoon doen.

Ik heb geen definitief antwoord. Maar ik ga niet meer automatisch WordPress openen voor elk project. Dat is het eerlijkste wat ik erover kan zeggen.

DelenLinkedInX
← Alle artikelen